Nieuws

Eerherstel oud-docent H.J. Nieboer

Gomarus College maakt excuses en verleent publiek eerherstel aan oud-docent na ontslag in 1964 • dinsdag 2 februari 2021

Hoe een handtekening onder een kerkelijke hartenkreet leidde tot een ontslag

Auteurs: Edwin van Hoorn en Jan Bert Modderman, voorzitter College van Bestuur resp. voorzitter Raad van Toezicht Gereformeerde Scholengroep

Het College van Bestuur en de Raad van Toezicht van de Gereformeerde Scholengroep hebben excuses aangeboden aan mevrouw T.W. Nieboer-Jukkema, weduwe van oud-docent H.J. Nieboer. Het bestuur van het toenmalige Gereformeerd Lyceum in Groningen behandelde hem in 1964 zeer onrechtvaardig. Het Gereformeerd Lyceum ging later op in het Gomarus College, dat inmiddels samen met ROC Menso Alting de Gereformeerde Scholengroep vormt. De aanleiding toentertijd vormde het Getuigenis, een voorloper van de in 1966 verschenen Open Brief.

Het Getuigenis
Ruim 650 vrijgemaakte kerkleden, waaronder een tiental predikanten en ook docent biologie drs. H.J. Nieboer uit Haren, ondertekenden in 1964 het Getuigenis. Dit stuk werd opgesteld om ruimte te vragen voor een mogelijk verschil van visie op de kerk. Een deel van de vrijgemaakten beschouwde de Gereformeerde Kerken (synodaal) als valse kerk. Anderen vonden dat te ver gaan en vonden het een goede zaak om in gesprek te blijven met geloofsgenoten uit deze kerken.

Eigen zuil
De vrijgemaakten die de synodale kerk beschouwden als ‘valse kerk’ achtten het samenwerken in organisaties die aan deze kerk gelieerd waren, niet meer mogelijk. Met veel inspanning en grote financiële offers werd in Groningen in 1958 daarom het vrijgemaakte Gereformeerd Lyceum opgericht nadat al eerder verschillende vrijgemaakte lagere scholen en twee MULO’s waren opgericht.
Na zeer dringende verzoeken door de toenmalige directeur en de voorzitter van het bestuur om aan het nog niet gesubsidieerde Gereformeerd Lyceum les te gaan geven, gaf drs. H.J. Nieboer daaraan gehoor ondanks het feit dat hij daarvoor een aan hem toegekende subsidie voor een promotieonderzoek moest opgeven.

Dreigend ontslag
Ondanks het feit dat zij het Getuigenis hadden ondertekend, kon een tiental predikanten prima blijven functioneren. Ook Nieboers kerkenraad zag geen reden om hem op de ondertekening van het Getuigenis aan te spreken. Toch werd hij door de voorzitter van de schoolvereniging en de rector op het matje geroepen over “dit kerk- en schoolondermijnende valse getuigenis”. Met zijn steun aan het Getuigenis had Nieboer de belijdenis, waaraan hij zich met zijn handtekening had verbonden bij zijn aantreden als docent, teniet gedaan, vond het bestuur. Het huldigde de opvatting dat de vrijgemaakte kerken als ‘ware kerken’ door het leven gingen. De belijdenis over de kerk was geen beschouwing, zoals de opstellers van het Getuigenis beweerden, maar een constatering. Nieboer werd voor het blok geplaatst: hij moest zijn handtekening onder het Getuigenisterugnemen of schorsing en ontslag hingen hem boven het hoofd. Na een onvruchtbare briefwisseling met het bestuur werd Nieboer onmiddellijk na afloop van de mondelinge eindexamens ontslagen. Een bittere pil voor Nieboer die van een subsidie om te promoveren had afgezien om “de wil des Heren” te doen, zoals de voorzitter van de schoolvereniging hem had voorgehouden, door les te gaan geven aan het Lyceum. Toen Nieboer het ontslag aanvocht door zich te wenden tot de Commissie van Beroep, ondersteunde een aantal collega’s hem financieel, ook omdat zij hun eigen rechtspositie in het geding achtten.

Urgentie
Binnen de vrijgemaakte gemeenschap in Groningen werd gevreesd dat de steun voor het prille vrijgemaakte onderwijs zou afbrokkelen wanneer mannen als Nieboer, die pleitten voor enige nuancering in de verhouding tot de synodale kerken, gehandhaafd bleven. Als meerdere docenten de opvatting van Nieboer huldigden, werd het vrijgemaakte onderwijs ondermijnd. Kerkleden die sympathie koesterden voor de synodale kerken zouden zich afvragen waarom er bij hen op aangedrongen werd om hun kinderen tegen hoge kosten lange reizen te laten maken om hen het vrijgemaakte onderwijs te laten volgen. Wanneer de synodale kerken en de aan haar verbonden scholen toch zo slecht nog niet waren, was de noodzaak om vrijgemaakt onderwijs te volgen immers niet urgent genoeg.

Ontslag
Een procedure voor een landelijke Commissie van Beroep tussen Nieboer en het schoolbestuur liep erop uit dat het bestuur ondubbelzinnig werd teruggefloten. De commissie vond het onaanvaardbaar dat Nieboer onder dreiging van ontslag zijn handtekening moest terugnemen. Er was geen sprake van dat Nieboer handelde in strijd met de kerkelijke normen in het benoemingsbeleid van de school. Maar het bestuur gaf geen krimp. Nieboer bleef voor hen onaanvaardbaar. Nieuwe gronden werden een jaar na de ondertekening van het Getuigenis tegen Nieboer aangevoerd bij de Commissie van Beroep: hij zou sympathiek staan tegenover de evolutieleer. Opnieuw ving het bestuur bot. Maar het bestuur weigerde Nieboer tot de school toe te laten. Voor de derde keer probeerde het bestuur zich van Nieboer te ontdoen door zich te wenden tot de kantonrechter om het contract te laten ontbinden. Omdat in een dergelijke situatie de werkgever vrijwel altijd gelijk krijgt, wachtte Nieboer de uitspraak niet af en accepteerde hij elders een baan als leraar biologie. Het bestuur moest alsnog het ingehouden salaris uitbetalen. Na de onrust om het ontslag van Nieboer, ontstond ernstige verwijdering tussen de rector en de docentenvergadering en tussen de rector en het bestuur. De bestuursvoorzitter kreeg gedurende enkele vergaderingen van de schoolvereniging een stroom van kritiek te verwerken en werd in 1966 niet als voorzitter herkozen. De rector werd in 1968 ontslagen.

Excuses en eerherstel
De ‘zaak-Nieboer’ bleef een aantal docenten van het Gereformeerd Lyceum, inmiddels omgedoopt tot het Gomarus College, dwarszitten, ook nadat hij in 2002 was overleden. Een eerder verzoek aan het schoolbestuur in 2007 om rehabilitatie haalde niets uit. In 2020, een belangrijk jaar in de toenadering tussen de vrijgemaakte kerken en de Nederlands Gereformeerde Kerken, hebben het College van Bestuur en de Raad van Toezicht aan een nieuw verzoek gehoor gegeven en de weduwe van H.J. Nieboer, mevrouw T.W. Nieboer-Jukkema, oprecht excuus aangeboden over deze onverkwikkelijke geschiedenis. Hoewel het toenmalige bestuur handelde vanuit zorg voor het gereformeerde onderwijs, werden vanuit die zorg onterechte besluiten genomen die veel pijn en leed hebben veroorzaakt bij docent Nieboer, zijn echtgenote en veel anderen. Deze pijn is voor sommigen nog altijd voelbaar. Dit maakt dat excuses voor deze gebeurtenissen en eerherstel voor oud-collega Nieboer anno 2021 na bijna 60 jaar op z’n plaats zijn.

Groningen, 2 februari 2021.